Gebruik portrait voor de beste ervaring
Draai je telefoon terug naar verticale stand
MENU
SWITCH TO ENGLISH SWITCH TO DUTCH
Share:
Wat een sluis uit 1920 ons leert over engineering vandaag: van vuistregels en klinknagels tot FEM analyses en 3D-CAD
Wat een sluis uit 1920 ons leert over engineering vandaag: van vuistregels en klinknagels tot FEM analyses en 3D-CAD

Introductie

Wie vandaag een sluis, stuw of beweegbare brug gebruikt, denkt meestal niet na over wat er mechanisch achter schuilgaat. Dat is ergens ook logisch. Als het werkt, werkt het. Toch zit daar iets bijzonders in. In Nederland gebruiken we dagelijks infrastructuur waarvan de basis meer dan honderd jaar geleden is gelegd.

En wat ik daar zo mooi aan vind: dat ondanks al het onderhoud en alle moderniseringen die hebben plaats gevonden, de constructieve kern hetzelfde is gebleven en nog steeds werkt. Die constructieve kern is destijds heel goed opgezet.

Als je je eenmaal verdiept in dat soort objecten, ga je anders kijken. Dan zie je niet alleen staal, tandwielen, assen of aandrijvingen, maar ook de logica van de ingenieur die het ooit ontworpen heeft. Zonder 3D-CAD, FEM of digitale simulaties. Gewoon met technisch inzicht, ervaring, proefondervindelijk opgebouwde kennis, een ruime veiligheidsmarge én met potlood, liniaal en papier. Daar heb ik oprecht veel respect voor.

Tegelijkertijd staan we nu voor een grote onderhouds- en renovatieopgave in de natte infra. Rijkswaterstaat heeft de komende jaren veel werk aan stuwen, sluizen en andere bewegingswerken. Niet omdat alles aan het einde van zijn levensduur is gekomen, maar omdat betrouwbaarheid, veiligheid en beschikbaarheid gewaarborgd moeten blijven bij intensiever gebruik en grotere belastingen. Dan begint alles met dezelfde vraag: wat staat er nu eigenlijk echt? Een eenvoudige vraag, maar zelden een eenvoudig antwoord.

Bij MechDes werken we in opdracht van Mourik Infra voor Rijkswaterstaat aan verschillende projecten binnen die opgave. In één van die projecten brengen we tientallen bewegingswerken systematisch in kaart. Dat voorwerk laat zien hoe belangrijk het is om te begrijpen wat er staat, hoe het systeem samenhangt en waar de echte aandachtspunten zitten. Niet uitgaan van aannames of oude lijstjes, maar het systeem zelf lezen. Daar begint elke onderbouwde keuze.

David bladert door een boek over beweegbare bruggen uit begin jaren 1900.
David bladert door een boek over beweegbare bruggen uit begin jaren 1900.

Oude techniek is eenvoudig, maar zelden simpel

Het grootste deel van de oorspronkelijke waterwerken waar wij nu naar kijken, komt grofweg uit de periode tussen 1900 en 1930. In relatief korte tijd is er toen enorm veel gebouwd. Bruggen, sluizen, stuwen, bewegingswerken. En als je ziet hoeveel daarvan er nog altijd staat en functioneert, dan kun je alleen maar concluderen dat destijds heel grondig is nagedacht.

Die ontwerpen waren niet minimalistisch, maar degelijk en robuust. Niet tot op het laatste grammetje geoptimaliseerd, maar ontworpen om het gewoon goed te doen en lang vol te houden. Dat zie je ook terug in de manier waarop vroeger werd getekend en gebouwd. Een tekening was destijds veel minder een compleet dichtgetimmerd productiedossier dan nu. Het was eerder een bouwinstructie. Knooppunten, platen, profielen en hoofdafmetingen werden aangegeven, maar veel werd nog bepaald in het werk zelf. Er werden geen toleranties op tekening aangegeven, maar aandachtspunten voor de mensen die het gingen maken. De kennis en ervaring die benodigd was om de ontwerpen te realiseren zat dus veel meer in het productieproces verweven.

Vandaag ontwerpen we juist zo volledig mogelijk vooraf: als een prefab bouwpakket, waarbij alles voorbereid en passend is voordat het geproduceerd wordt. Dat heeft veel voordelen, ook omdat conservering nu bij voorkeur in gecontroleerde omstandigheden gebeurt en je op locatie juist zo min mogelijk wilt nabewerken. Maar het zegt ook iets over hoe groot de rol van vakmanschap in de uitvoering vroeger was.

Generaties techniek in één bewegingswerk

Wat het werken aan natte infra extra interessant maakt, is dat je bijna nooit met één tijdlaag te maken hebt. Een object is zelden nog precies zoals het ooit ontworpen is. Sterker nog: meestal kom je meerdere generaties techniek in één bewegingswerk tegen.

Een constructieve basis uit het begin van de twintigste eeuw, later aangevuld met mechanische aanpassingen, elektrificering en moderne automatisering. Alles zit in één systeem verweven. Dat maakt het technisch interessant, maar ook complex. Want wat is nog oorspronkelijk? Wat is later toegevoegd? Wat is één-op-één vervangen? En wat is onderweg aangepast zonder dat het volledig is vastgelegd?

Precies daar zit voor mij de waarde van systematisch in kaart brengen. Wij kijken per machine, per bewegingswerk, naar de volledige keten tussen motor en aangedreven deel. Dus niet alleen naar een los lagerhuis of een tandwielkast, maar naar de hele mechanische lijn. Hoe werken de componenten samen en waar bevinden zich de kritische punten? Welke componenten vallen binnen de scope van de opdracht, en welke zouden eigenlijk óók aandacht moeten krijgen?

Die manier van werken is belangrijk, omdat je anders te makkelijk langs de essentie heen kijkt. Dan krijg je bijvoorbeeld een lijst waarop staat dat ergens "een tandwiel" is vervangen, terwijl zo’n systeem er misschien vier heeft. Dan weet je dus eigenlijk nog steeds niet waar je naar kijkt. Wij willen het juist eenduidig en herleidbaar maken, zodat je per component begrijpt wat het is, waar het zit en wat de conditie is.

Het analyseren van oude documentatie geeft David ook inzicht voor nieuwe ontwerpen.
Het analyseren van oude documentatie geeft David ook inzicht voor nieuwe ontwerpen.

Van archief naar werkelijkheid

Een groot deel van het werk begint aan de voorkant, met een analyse van de beschikbare data, de bureaustudie. Rijkswaterstaat beschikt over enorme digitale archieven met oude tekeningen, revisies, bestekken en andere projectinformatie. Daarin ligt veel kennis opgeslagen. Alleen: archief en werkelijkheid zijn niet altijd hetzelfde.

Als je eenmaal buiten op locatie staat, zie je bijna altijd afwijkingen. Soms klein, soms wezenlijk. Dat is niet vreemd; het hoort bij objecten die al zo lang in gebruik zijn. Het ontwikkelt zich mee met gebruik, onderhoud, storingen, optimalisaties en veranderende eisen. Juist daarom kun je niet alleen op tekeningen vertrouwen. Je moet het ook zien, volgen, openen, vergelijken, doorgronden.

In het project waar ik nu aan werk, waarin we in opdracht van Mourik Infra voor Rijkswaterstaat werken aan objecten in de regio Tilburg, hebben we daar bewust een methodiek voor opgezet die schaalbaar is. Elk bewegingswerk is anders, maar je wilt wel dat je ze volgens dezelfde denklijn en uitgangspunten beoordeelt. Zodat je uiteindelijk niet een tiental losse verhalen hebt, maar een eenduidige manier van kijken die vergelijkbare en bruikbare resultaten oplevert.

Dat is ook iets waar ik energie van krijg: niet alleen technisch inhoudelijk kijken, maar ook een proces neerzetten waarmee je dat werk goed, efficiënt en consequent kunt uitvoeren.

Sluis 15 en het mannetje van 20 kilo

Een mooi voorbeeld waarom dit werk zo interessant is, kwam ik tegen bij Sluis 15. Daar hebben we een complex bewegingswerk als pilot helemaal uitgeplozen. Zo’n object is technisch bijna een ‘Frankenstein’, met componenten uit verschillende periodes en allerlei aanpassingen door de jaren heen. Die complexiteit maakte het juist zo geschikt om onze aanpak te testen.

Wat ik daar mooi aan vond, was hoe je via de tekeningen en de chronologie van het systeem terug redeneert naar de oorspronkelijke ontwerpgedachte. Bij het benedenhoofd zitten segmentschuiven in het water, mechanisch aangedreven met een ondergrondse balans, inmiddels voorzien van een elektromotor en overbrenging. Als je dan gaat uitzoeken waar de dimensionering op gebaseerd is, kom je uiteindelijk uit op iets dat bijna ontwapenend simpel is: een persoon die met twintig kilo kracht op een hendel duwt.

Dat is dan de basis. Vanuit die menselijke belasting is het hele mechanische bewegingswerk herleid en ontworpen. Dus alles wat die installatie nu kan, is uiteindelijk terug te voeren op dat ene uitgangspunt. Geen black box, geen overdaad aan software, maar een concreet fysiek uitgangspunt. De componenten die goed functioneren blijven behouden. Ik vind het prachtig dat die oude mechanieken er nog staan, terwijl ze worden aangedreven door moderne motoren. Het is een bewijsstuk van de degelijke engineering uit een ander tijdperk.

Een aantal boeken uit David's collectie, zoals Bruggen in Nederland 1800 - 1940.
Een aantal boeken uit David's collectie, zoals Bruggen in Nederland 1800 - 1940.

Moderne tools geven grip, maar vervangen geen inzicht

Natuurlijk ontwerpen we vandaag heel anders. We hebben nu 3D-CAD, FEM, digitale archieven, rekentools en normen die veel uitgebreider zijn dan vroeger. Daarmee kunnen we veel nauwkeuriger voorspellen wat er gebeurt als je iets aanpast of vervangt. Dat is enorm waardevol.

Bij eerdere projecten, zoals bij Stuw Grave in opdracht van CMD (Combinatie Mourik-SWARCO) en Project GRONST (Groot Onderhoud Stuwen) in opdracht van Mourik Infra voor Rijkswaterstaat, hebben we dat ook volop toegepast. Dan reconstrueer je bijvoorbeeld een oude constructie volledig in 3D om het gewicht van een brugdeel of juk te bepalen. Dat geeft grip: belastingen worden inzichtelijker en nieuwe oplossingen zijn beter te onderbouwen en de levensduur is nauwkeuriger te bepalen.

Bij de stuw in Grave heb ik bijvoorbeeld meegewerkt aan de concept-engineering van het complex. Vanuit de hoofdfunctie en de randvoorwaarden moesten we naar een oplossing toe waarmee twintig jukken binnen tien uur met één kraan en drie personen gezet of gestreken kunnen worden. Dan draait het om keuzes in opbouw, aandrijving en interfaces. Dat zijn voor mij de mooie trajecten, omdat je van concept naar iets tastbaars werkt. Het geeft dan ook voldoening om achteraf te zien dat het ontwerp waar je aan gewerkt hebt ook goed functioneert.

Maar hoe geavanceerd onze tools ook zijn, ze vervangen het belangrijkste deel van het werk niet: begrijpen hoe een systeem werkt. Dat analytische vermogen van vroeger was groot. Dat moeten we niet onderschatten. Zij konden zonder simulaties vaak heel scherp aanwijzen waar het kritieke punt zat en hoe ze daarmee om moesten gaan. Wij kunnen nu nauwkeuriger rekenen en verifiëren, maar de kern van het vak is nog altijd hetzelfde.

Vervangen is niet altijd verbeteren

Een belangrijke les in renovatieprojecten is dat nieuwer niet automatisch beter is. Zeker niet als je alleen één onderdeel vervangt in een bestaande keten.

Dat klinkt misschien tegenintuïtief, want vanuit moderne normen kun je al snel denken: we rekenen alles opnieuw door en voeren het zwaarder uit. Maar als bijvoorbeeld enkel de motor wordt vervangen, en deze geselecteerd wordt op basis van de huidige normen en richtlijnen, dan kan deze de rest van het systeem te zwaar belasten.

Dus als je een component vervangt binnen een bestaand bewegingswerk, is het vaak juist verstandig om aan te sluiten bij wat er zat, mits je hebt vastgesteld dat dat nog functioneel en verantwoord is. Pas als je het complete systeem vernieuwt, ga je opnieuw integraal ontwerpen volgens de huidige normen en eisen.

Dat systeemdenken is cruciaal. Niet denken vanuit één component, maar zorgen dat het geheel betrouwbaar blijft functioneren.

Wat oude objecten ons nog steeds leren

Wat dit werk voor mij persoonlijk zo leuk maakt, is dat het meerdere dingen samenbrengt. Je bent bezig met oude techniek, met actuele vraagstukken, met analyse, met locatiebezoeken, met historische tekeningen, met moderne ontwerpsoftware en soms ook met heel concrete nieuwe oplossingen.

Ik merk ook dat ik daar zelf ook echt energie van krijg. Ik vind het mooi om in zo’n oud archief te duiken, originele tekeningen te bekijken en te reconstrueren hoe iets ooit bedoeld was. Ik vind het interessant om dat vervolgens buiten te toetsen aan de werkelijkheid. En ik heb ook gewoon plezier in techniek zelf, in de letterlijke zin van boutjes, moertjes, assen, verbindingen en mechanismes. Dat zit er bij mij al in vanaf jonge leeftijd.

Misschien is dat ook waarom dit soort projecten goed bij mij passen. Oude infra dwingt je om verder te kijken dan alleen de norm of alleen de rekentool. Je moet ook gevoel ontwikkelen voor wat je voor je hebt en herleiden hoe men destijds construeerde. Wat is hier ooit bedacht? Waarom zit het zo? Wat is slim, wat is pragmatisch, wat is verouderd en wat is juist verrassend sterk?

Dat maakt het werk inhoudelijk rijk en ik vind het mooi dat ik op die manier ook bijdraag aan iets wat direct maatschappelijke waarde heeft: droge voeten voor tienduizenden Nederlanders.

De waarde van eerst goed kijken

Voor mij is het in kaart brengen van historische bewegingswerken dus geen administratieve stap vooraf. Het is de basis van alles wat daarna komt. Als je niet scherp hebt hoe een systeem werkelijk in elkaar zit, kun je ook geen goede keuzes maken over onderhoud, renovatie of vervanging.

Juist in een tijd waarin er veel moet gebeuren aan de natte infra, is dat belangrijk. We hebben in Nederland geen verzameling afgeschreven objecten staan. We hebben een technisch landschap dat over generaties heen is opgebouwd, aangepast en doorontwikkeld. Daar moet je zorgvuldig mee omgaan en dat begint met goed kijken, lezen en analyseren.

Vooral in een tijd waar AI steeds meer het denken van de mens overneemt zie ik dit werk als een goede oefening om zelf analytisch te blijven nadenken. Van vuistregels en klinknagels tot FEM-analyses en 3D-CAD: de middelen zijn veranderd. De kern van het vak niet.

Over MechDes engineering

MechDes Engineering is een werktuigbouwkundig engineeringsbureau uit Harderwijk met meer dan 30 jaar ervaring in het ontwerpen, analyseren en verbeteren van complexe technische systemen. We werken aan uiteenlopende projecten binnen onder meer infra, offshore en lifting & handling, altijd met een combinatie van technisch inzicht, grondigheid en betrokkenheid. Of het nu gaat om nieuwe oplossingen of bestaande bewegingswerken die zorgvuldig in kaart worden gebracht: bij MechDes draait het om doordachte engineering die in first-time-right worden opgeleverd en jarenlang betrouwbaar blijft functioneren.

We engineer your vision.

Scroll
Informatie nodig?
Respect voor de natuur,
zelfs met een klein gebaar.

Dit scherm zorgt ervoor dat je monitor minder stroom verbruikt bij inactiviteit of als je eventjes weg bent.

Klik met je muis op het scherm
om verder te gaan.